Column september 2017 – Barricade

Het is een mooie zomeravond, het roze avondlicht detoneert vrolijk met het kunstgras. Ook de uitdossing van de tennissende mannen op leeftijd bemoeilijkt de kleurharmonie in hoge mate, (niet boos worden, ik had ook twee verschillende sokken aan) maar desalniettemin; een mooie zomeravond. Zo’n zomeravond waarbij je verwacht dat op elke baan gespeeld wordt. Maar niets van dat alles; 4 kalende heren op baan 3, that’s all folks.

De over drijvende aanmaakblokjeslucht verraadt mogelijk een oorzaak van deze tennismalaise; de zon schijnt, dus er moet vlees verbrand worden.

Toch gelooft deze tennisser niet in deze optie; tennissen is immers een prachtig alibi om niet met houtskool en hamburgers te prutsen en toch een biertje te kunnen drinken.

Mijn hypothese gaat richting toegangshek. Een ontmoedigende hindernis. Mij heeft het enige jaren gekost om zonder fracturen het hek te openen en onze arena te betreden. Een door mij ingesteld onderzoek, niet geheel wetenschappelijk verantwoord, maar toch, toont aan dat er verschillende categorieën hekgebruikers zijn.

Jeugdleden tot 10 jaar; worden altijd vergezeld van een of beide ouders (spierkrachtafhankelijk). Ik dacht voor de support, maar het is voor het hek. Tijdens mijn observaties het ik meermalen eigenwijze jeugdleden ernstig beklemd zien raken bij gebrek aan voldoende power.

Puberende leden tot in de veertig; hebben maar een hand, de andere zit aan hun smartphone vast en kan daar niet meer af. Deze categorie zoekt wanhopig naar de Hek-app.

Ouderen van dagen (een in onbruik geraakte term uit het tijdperk Drees, toen ze dachten dat het na je pensioen nog een kwestie van dagen was, voordat de Dela kwam); Deze categorie stelt zich, gewapend met verrekijker, in de buurt van het park op. Ze wachten tot een soortgenoot met zijn laatste krachten het hek heeft geopend, om dan vrolijk aan te komen fietsen: “Hou even de poort voor mij open”.

Inderdaad, de beste oplossing

Jan Kok

De Doornakkers